Vleet

Dipturus batis

vleet
Ook een oude bekende op IJsland en van in de tijd dat Belgische en Franse vissers op IJsland voeren is de VLEET met als wetenschappelijke naam Dipturus batis, alhoewel er uiteraard meerdere soorten zijn. Deze roggensoort uit de orde van de kraakbeenvissen kan zeer groot worden. Mensen uit de vorige eeuw beweerden dat ze al vleugels gezien hebben van meer dan 100 kgr. Maar zelfs hengelaars slaan nu en dan een exemplaar aan de haak van 100 – 150 kgr. Echter, sedert 2009 is de vangst en aanvoer van deze vissoort verbonden en volgens de IUCN-lijst is de vleet ernstig bedreigd. Duurzaamheid begint en eindigt niet bij de visser. De bemanningsleden zijn goed opgeleid om de vleet te herkennen en terug in zee te zetten. Dit komt onder andere door de HAROKIT (zie bijlage), een tool ontwikkeld door ILVO/VLIZ om haaien en roggensoorten te kunnen determineren. Vanuit landen zoals IJsland of Noorwegen zie je nu en dan een verdwaald exemplaar tussen de koolvis, roodbaars en kabeljauw. In onze vismijnen is duurzaamheid geen holle frase; deze exemplaren worden resoluut uit de vangst gehaald en terug ter beschikking gesteld van de eigenaar.

                                                                                  Eerst Þorláksmessa eten, dan sterven.

Vleten zijn gemakkelijk te herkennen aan de spitse snuit, de hoek tot de neus is <90°, bij andere roggen is dat >90°. Wanneer je ze vilt, zie je allemaal zwarte puntjes in het vlees (zie afbeelding). Vleten zijn vlezig en helaas erg lekker. Dat weten ze op IJsland ook. Daar heb je o.a. de Groenlandse haai, die ze een paar maanden laten fermenteren (rotten/rijpen) en zo onder de naam  hákarl op de markt gebracht wordt. Verder heb je Þorláksmessa, een vleetbereiding met een vergelijkbaar procedé. Na de ‘rijpingsperiode’ wordt het voornamelijk op 23 december gegeten ter ere van de heilige Thorlákur. Deze traditie zou je kunnen vergelijken met onze gewoonte om kalkoen met de kerstdagen op te dienen. (Hoewel dit gegeven iets minder emotioneel geladen is.)

 Het is vooral de penetrante ammoniakgeur van de ‘skata’ die ons afschrikt. Immers, er wordt ons al van jongsaf geleerd dat je rogvleugels ‘van bij ons’ moet weggooien vanaf er een zweempje van ammoniak te bespeuren is. Ook horeca-uitbaters sturen dergelijke marchandise onverwijld retour. 

 

Voor meer informatie: https://www.zeevruchtengids.org/nl/rog